Koloniale geschiedenis

Een hoorcollege over Nederland en de Europese expansie overzee - Leonard Blussé en Piet Emmer

Koloniale geschiedenis

Een hoorcollege over Nederland en de Europese expansie overzee

Door: Blussé, Leonard | Emmer, Piet

Luisterduur: 8 uur en 35 minuten
Datum uitgave: 2012
ISBN: 9789085309024
Prijs: € 40,00


Samenvatting

In de afgelopen 500 jaar is met schokken en stoten de basis gelegd voor de wereldeconomie zoals we die nu kennen. Tegenwoordig zijn alle landen van de wereld in meer of mindere mate economisch en politiek met elkaar verbonden. Tot het begin van de twintigste eeuw heeft de Europese expansie overzee binnen dit globaliseringsproces een hoofdrol vervuld. In een serie van tien colleges belichten afwisselend Leonard Blussé en Piet Emmer hoe de koloniale geschiedenis van Nederland dient te worden begrepen tegen de achtergrond van de geschiedenis van  Europa’s expansie overzee en de wereldwijde interactie die als gevolg daarvan plaatsvond.

Deze uitgave is tot stand gekomen i.s.m. Studium Generale Leiden

Bij het hoorcollege hoort een synopsis, deze kunt u hier downloaden.



Inhoudsopgave


College 1. West-Europa aan de vooravond van de expansie overzee (Blussé)

H1. Inleidende opmerkingen over de betekenis van de Europese expansie
H2. Van middeleeuwen naar renaissance
H3. Cap d’Asie: de maritieme handel in Noord- en Zuid-Europa

 

College 2. De Iberiërs en de expansie naar het westelijk halfrond (Emmer)

H4. Waarom Spanje en Portugal?
H5. De uitwisseling van mensen, dieren, planten en ziektes tussen Europa en de Nieuwe Wereld
H6. De eerste Nederlandse vaarten in het Atlantische gebied tot de oprichting van de West-Indische Compagnie in 1621

 

College 3. Portugal en de expansie naar het oostelijk halfrond (Blussé)

H7. De opkomst van een maritieme mogendheid
H8. De handelswereld van Moesson Azië
H9. Stichting, bloei en verval van de Estado da India

 

College 4. Het Caribische gebied, de WIC en de slavenhandel (Emmer)

H10. De Nederlandse koloniën in de Nieuwe Wereld: Nieuw-Nederland, Nederlands-Brazilië en de Antillen en Guyana’s
H11. De zwakte van de WIC en de oprichting van de tweede WIC in 1674
H12. Migratie en slavenhandel naar de Nederlandse koloniën

 

College 5. De VOC in Azië: 1600-1800 (Blussé)

H13. Institutionele vernieuwingen in de overzeese handel
H14. Het handelsnetwerk van de VOC in Azië
H15. Van zeemacht naar koloniale mogendheid

 

College 6. De West en de afschaffing van de slavernij (Emmer)

H16. De protesten tegen de slavenhandel en slavernij
H17. De dekolonisatie in Noord- en Zuid-Amerika en de slavenopstand in Saint-Domingue (Haïti)
H18. De afschaffing van de slavenhandel en de slavernij

 

College 7. Van wingewest tot ereschuld: Nederlands-Indië in de negentiende eeuw (Blussé)

H19. De exploitatie van een wingewest
H20. De liberale hervormingen: successen en uitwassen van de koloniale samenleving

 

College 8. Het moderne imperialisme (Emmer)

H21. De voorlopers van het moderne imperialisme en de scramble for Africa
H22. De theorievorming: Hobson, Marx, Schumpeter, de dependentistas, Gallagher/Robinson, Wallerstein en Hopkins
H23. Was er een Nederlands imperialisme?

 

College 9. De laat-koloniale staat, van ethische politiek tot wereldoorlog (Blussé)

H24. De ethische politiek
H25. De opkomst van de nationalistische beweging
H26. Het glazen huis: de nadagen van Nederlands-Indië

 

College 10. De dekolonisatie (Emmer)

H27. De dekolonisatie van handelsposten, plantage kolonies, vestigingskolonies en bestuurskolonies
H28. De dekolonisatie-oorlogen: Nederlands-Indië, Vietnam, Algerije en zuidelijk Afrika
H29. Kolonialisme, neokolonialisme en de rijkdom van het Westen


Over de spreker: Blussé, Leonard | Emmer, Piet

Prof. dr. Piet Emmer studeerde geschiedenis en economie te Leiden. Hij was werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam (Faculteit der Economische Wetenschappen) en promoveerde aan die universiteit in 1974. Daarna was hij tot 2009 werkzaam aan de Universiteit Leiden, als bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de Europese expansie en de daarmee verbonden migratie. Daarnaast was hij van 1 september 2005 tot 1 september 2007 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde. Voorts was hij Visiting Fellow te Churchill College in Cambridge, het Wissenschaftskolleg te Berlijn en het Netherlands Institute for Advanced Study in Wassenaar. Als gasthoogleraar was hij verbonden aan de University of Texas, Austin, de Universität Hamburg en de Université de Bretagne-Sud. Lid van de redactieraad van het Journal of Imperial and Commonwealth History, Journal of Caribbean History, Jahrbuch für Geschichte Lateinamerikas), Studien zur historischen Migrationsforschung.

 

Publikaties: (eds), European Expansion and Migration (Oxford, 1992), The Dutch in the Atlantic Economy, 1500-1850 (Aldershot, 1998) en De Nederlandse slavenhandel, 1500-1850 (Amsterdam, 2000) en samen met Hans Wansink, Wegsturen of binnenlaten? Tien vragen en antwoorden over migratie (Amsterdam, 2005). In 2011 verscheen The Encyclopedia of Migration and Minorities in Europe (Cambridge) geredigeerd door Bade, Emmer, Lucassen en Oltmer. Piet Emmer is in 2004 benoemd tot gewoon lid van de Academia Europaea, waar hij voorzitter is van de sectie Geschiedenis en Archeologie en lid van het bestuur.

 


Recensies

Brandbaar verleden:Koloniale geschiedenis

De roemruchte VOC was geen buitengewoon succes en dat we rijk werden van onze slavenhandel is onzin. Controversiële conclusies in een nieuwe studie over de Nederlandse expansie overzee.
Door Martin Sommer

De Franse geschiedschrijving werd in de jaren negentig totaal overschaduwd door het monsterproject Les lieux de memoire van Pierre Nora. De “plaatsen van herinnering”, dat waren drie dikke delen met een even opgewekte als mild nationalistische inventaris van tastbaar erfgoed, variërend van wijnsoorten tot kathedralen, van de Franse vlag tot de geschiedenis van het blik Banania waar heel Frankrijk zijn ontbijtchocola uit schepte. Het was een vrolijk en aanstekelijk project. Nederland heeft inmiddels ook vier delen herinneringsplaatsen, bescheidener maar net zo positief gestemd. Maar in Frankrijk is Pierre Nora inmiddels afgelost door een grimmig historisch debat. “Wat zijn de lieux de memoire waard als Dien Bien Phu er niet in voorkomt?”, vroeg de (Britse) historicus Perry Anderson zich in 2005 af. Dien Bien Phu was een aanzienlijk minder gewilde plaats in de Franse geschiedenis, namelijk de plek in Vietnam waar de Franse troepen in 1954 vernietigend werden verslagen. Daarna verlieten de Fransen Vietnam, met de staart tussen de benen.

Alweer sinds een jaar of wat woeden in Frankrijk les guerres de memoires, de herinneringsoorlogen, preciezer de ideeënstrijd om het eigendomsrecht van het verleden. De strijd gaat vooral om de weging van het koloniale verleden, kort gezegd tussen weldaad en misdrijf. Met de herinneringsoorlogen is in de eerste plaats de naam verbonden van Benjamin Stora, historicus van Frans-Algerijnse komaf. Het draait dan ook vooral om de wrede Algerijnse dekolonisatie-oorlog (1954 -1962), lang weggestopt, nu inzet van gevechten om genoegdoening, schadevergoeding dan wel respect voor de slachtoffers. Frankrijk onderhoudt een andere verhouding met zijn verleden dan Nederland. Van oudsher is geschiedenis daar meer een kwestie van staatspedagogie, vandaar dat de “juiste herinnering” een grotere rol speelt dan hier. Er is een officieel geheugen dat vorm krijgt in wetten tegen genocide-ontkenning of tegen het goedpraten van slavernij. Het parlement debatteert er over de vraag of de kolonisatie per saldo positief dan wel negatief is uitgevallen. De discussies kunnen hoog oplopen, zo hoog dat men dus van les guerres de memoires spreekt. Zover is het in Nederland niet, maar het is opmerkelijk dat dit Franse dispuut hier nauwelijks is doorgedrongen. Want de tendens is onmiskenbaar dezelfde.

Ook hier is het verleden steeds meer inzet van politieke strijd en eisen slachtoffers of zich emanciperende groepen steeds assertiever hun gelijk op. Laatstelijk ontstond er gemor naar aanleiding van een keurige televisieserie over slavernij. Advocaten werpen zich in toenemende mate op voor slachtoffers van koloniaal wangedrag. Inmiddels is er een zwarte geschiedeniscanon verschenen over wat er aan historische misstanden zoal onder het tapijt is geveegd. En nog deze week presenteerden Molukse nazaten van de treinkapers bij De Punt in 1977 zich overtuigend als slachtoffers van de geschiedenis. Dat het verleden brandbaarder wordt, is geen toeval. Een versplinterde samenleving zoekt naar zin en lotsverbondenheid in de geschiedenis, en tegelijk voelen velen zich in datzelfde verleden tekortgedaan. Ook in Nederland botsten de geheugens uiteraard al langer, vooral over de Tweede Wereldoorlog.

Nu is daar ook de botsing over de koloniale herinnering bijgekomen, kortweg tussen de VOC-mentaliteit van Jan Peter Balkenende en de misdaden tegen de menselijkheid van Jan Pieterszoon Coen. Precies op dit snijvlak hebben de Leidse expansie-historici Piet Emmer en Jos Gommans met hun studie Rijk aan de rand van de wereld belangrijk werk geleverd. Al zal het resultaat de verontwaardigden misschien tegenvallen. De titel legt het eigenlijk al. Nederland speelde in de Europese expansie een marginale rol. Qua omvang was het een bescheiden landje dat fysiek bijna over de rand van het Euraziatische continent tuimelde. En ook de koloniale onderneming is nooit indrukwekkend geweest. Financieel leverde de expansie niet veel op, de invloed overzee was bescheiden en zelfs de slavenhandel stelde, anders dan vaak wordt gezegd, weinig voor. De Westindische Compagnie, die vooral in verband wordt gebracht met de Atlantische slavenhandel, was in 1645 na nauwelijks een kwart eeuw bestaan alweer failliet. De Republiek wilde er simpelweg geen geld in steken.

De Oostindische Compagnie VOC, die sinds 1602 op de oost voer, had een langere adem. Maar al vanaf 1690 werd geen winst meer gemaakt en honderd jaar later lag de compagnie, zoals Emmer, en Gommans het uitdrukken, “permanent aan het overheidsinfuus”. De Franse bezetters maakten in 1795 een eind aan een lijdensweg. De vaak gehoorde stelling dat Noord-Amerika en Europa dankzij de kolonisatie rijk geworden zijn, is in elk geval wat betreft Nederland nauwelijks te staven. Nederland stak weinig geld in zijn koloniale “rijk” en de verdiensten overstegen nooit 15 procent van de totale buitenlandse handel. De omvang van de slavenhandel was te bescheiden om economisch zoden aan de dijk te zetten. Ook het idee dat de Nederlandse industrialisatie is bekostigd over de ruggen van de slaven in de West houdt geen stand, al was het maar omdat de industrialisatie pas eind negentiende eeuw op gang kwam toen de slavernij al lang en breed was afgeschaft. Het boeiendst aan dit boek zijn evenwel niet de cijfers of de guldens maar de denkwijzen. En dan vooral hoe de ontmoeting met “de ander” is verlopen, zoals Emmer en Gommans het een beetje reli-filosofisch uitdrukken.

In Nederland leefde al vroeg belangstelling voor de menselijke gelijkheid. De vroege Republiek was geen monarchie met de bijbehorende van God gegeven vaste hiërarchie. Er bestond daardoor meer dan elders ruimte voor andere ideeën, zoals “het boek der natuur”. Een eigenschap van de natuur is dat zij, waar ook ter wereld, aan dezelfde regels gehoorzaamt. Die regels gingen gelijkelijk op voor christen zowel als heiden. Nederlands grootste jurist, Hugo de Groot, theoretiseerde op grond van het natuurrecht over de vrije zee. Dat had voor Nederland uiteraard een direct handelsbelang maar impliceerde ook dat het recht voor christenheid en heidendom gelijk was. Hier begonnen de mensenrechten. Het was geen toeval dat Franciscus van den Enden, leermeester van Spinoza, al in 1661 de gelijkheid van de mensen predikte en de slavernij afwees.

Maar Nederland bracht ook Jan Pieterszoon Coen voort die een halve eeuw voordien het eiland Banda uitmoordde om het monopolie van de nootmuskaat te vestigen. Coen valt onder de helden naar wie nog altijd de meeste straten zijn vernoemd. Maar hij hoort ook tot de meest omstreden grote-mannen-generatie, wier omgang met “de ander” volgens Emmer en Gommans meer lijkt op een “war on terror” dan op vreedzaam multiculturalisme. Daarin speelde ook het calvinisme een rol, met zijn leer van voorbeschikking. Planters waren sowieso niet erg geporteerd voor kerstening van hun werkers, daar kregen ze maar een grote mond van. En het calvinisme kende weinig zending omdat bij voorbaat vaststond wie de uitverkorenen waren. Weinig kans dat daaronder de slavenpopulatie viel. Ambivalentie was dus keukenmeester, de verlichten van thuis konden overzee genadeloze slavenhouders zijn.

Het boek van Emmer en Gommans houdt op bij de Franse tijd. De serieuze kolonisatie van Indonesië werd pas in de negentiende eeuw ter hand genomen. Tot dan toe hadden de Nederlandse activiteiten overzee “niet meer invloed dan wat krassen op een rots”, concluderen de auteurs. Dat neemt de kernvraag niet weg of het zin heeft om het kolonialisme met terugwerkende kracht te veroordelen. Helaas wordt daaraan nauwelijks een pagina gewijd. Kolonisatie is “ met de kennis van nu” een onrechtmatige daad. Destijds was dat anders, de wereld was het bezit van de machtigen en dat hoorde ook zo.

Emmer en Gommans erkennen dat er emotionele schade is aangericht, met name aan de nazaten van de Afrikaanse slaven. Ze vragen zich dan retorisch af welke Nederlanders juridisch aansprakelijk blijven. Alleen protestantse en blanke? De vraag stellen is de lachwekkendheid ervan inzien. Maar de kwestie wordt niet uitgebeend, en dan moet je vaststellen dat de Fransen toch verder zijn. Benjamin Stora bepleit in het gevecht om de herinneringen een middenweg. “Tussen het oprakelen van oude oorlogen in het heden en het uitwissen van onwelkome feiten, tussen een overdaad aan nare herinneringen en het wegstoppen daarvan.”

Het is niet aanbevelenswaard voor een staatsdienaar om de VOC-mentaliteit aan te roepen - het is evenmin verstandig om bij wet of decreet het schuldig over het verleden uit te spreken.

Pascal Blanchard en Isabelle veyratMasson (red.): Les guerres de memoires - La France et son histoire. Met een voorwoord van Benjamin Stora. La Decouverte; 335 pagina\'s; ca. € 22,-. ISBN 978 2 7071 6011 9

Piet Emmer en Jos Gommans: Rijk aan de rand van de wereld - De geschiedenis van Nederland overzee 1600 -1800. Bert Bakker; 544 pagina\'s

Bron: Volkskrant van 16-06-2012