Het klassieke Rome

Een hoorcollege over de beschavingsgeschiedenis van de Romeinse samenleving

Door: Lokin, Jan
Luisterduur: 3 uur en 54 minuten
Levertijd: Direct te downloaden of onbeperkt streamen via de Home Academy Club
Datum uitgave: 2011
ISBN: 9789085309079


Samenvatting

In de Romeinse samenleving speelden recht en retorica een grote rol. Met een selectie van aansprekende onderwerpen uit de Romeinse beschavingsgeschiedenis laat Jan Lokin zien hoezeer het klassieke Rome ons Westerse denken over maatschappij, politiek en recht heeft vormgegeven. Zo behandelt hij o.a. de strijd om gelijkberechtiging tussen patriciërs en plebejers, de titanenstrijd tussen Cicero en Clodius, de Romeinse retorica en de overdracht van het Romeinse keizerschap. Een boeiend hoorcollege over de erfenis van het klassieke Rome.

Bij het hoorcollege hoort een synopsis, deze kunt u hier downloaden.

Deze uitgave is tot stand gekomen i.s.m. Crea Studium Generale UvA.

Het hoorcollege Het klassieke Rome is alleen als download beschikbaar. Klik hier voor onze handleidingen over downloaden en/of het beluisteren van onze hoorcolleges op een PC, Mac, tablet of telefoon.

U kunt het hoorcollege tevens via onze streamingdienst beluisteren.



Inhoudsopgave


College 1. De strijd van de plebejers om gelijkberechtiging
H1. De stichting van Rome. Van koningschap naar republiek
H2. Het volkstribunaat. De wetgeving van de twaalf tafelen
H3. De instelling van de praetuur. De gelijkstelling van patriciërs en plebejers

 

College 2. De politieke en juridische strijd tussen Cicero en Clodius
H4. Pogingen van Claudius om plebejer te worden
H5. Adoptie en emancipatie van Clodius. Wet tegen Cicero
H6. Verbanning en terugkeer van Cicero. De dood van Clodius

 

College 3. Retorica en recht
H7. De verdediging van Milo door Cicero. De dood van Cicero
H8. De Griekse oorsprong van de retorica en haar invloed in de Romeinse rechtspraak
H9. Populariteit en neergang van de juridische retorica

 

College 4. De keizerstitel en de overdracht van het keizerschap in de Europese geschiedenis
H10. Caesar en Augustus
H11. De splitsing in het Oost- en West-Romeinse Rijk
H12. Van het Heilige Roomse Rijk tot het Duitse Keizerrijk


Over de spreker: Lokin, Jan

Prof. mr. Jan Lokin is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Groningen en hoogleraar Rechtsgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij is gespecialiseerd in het Grieks-Romeinse recht en schreef diverse artikelen en boeken over het Romeinse recht.

Hij was jarenlang voorzitter van de Dickens Fellowship Haarlem Branch, de door Godfried Bomans opgerichte Nederlandse afdeling van de internationale Dickens Fellowship. Van 1992 tot 1994 was hij president van dit internationale genootschap, dat ten doel heeft de werken van Charles Dickens onder de aandacht van het lezend publiek te brengen.


Recensies

Hoe snel zal de tijd verstrijken op weg naar uw wintersport- of zomerbestemming,luisterend naar de stem van Jan Lokin als hij u vertelt over het klassieke Rome? Lokin kan als geen ander verhalen over de Romeinse samenleving, als maakte hij daarvan zelf deel uit. Met een selectie van aansprekende onderwerpen uit de Romeinse beschavingsgeschiedenis laat hij zien hoezeer het klassieke Rome ons westerse denken over maatschappij, politiek en recht heeft vormgegeven. Tijdens dit hoorcollege behandelt hij o.a. de strijd om gelijkberechting tussen patriciërs en plebejers, de titanenstrijd tussen Cicero en Clodius, de Romeinse retorica en de keizerstitel en de overdracht van het keizerschap in de Europese geschiedenis. Het is vastgelegd op vier CD\'s met elk een speelduur van zo\'n 60 minuten. •

Bron: NJB Nederlands Juristenblad van 17-02-2012

 

De hoorcolleges van Jan Lokin over de Romeinse beschavingsgeschiedenis gaan vooral over het recht, de rechtspraktijk en de rechtsinstellingen van het Romeinse rijk. Maar daarmee is zijn verhaal niet zuiver juridisch geworden, want het ontstaan en het vastleggen van het recht in Rome is met mythen, godsdienstige rituelen en historische gebeurtenissen omgeven. Daarom laat Lokin ook nu nog bekende figuren als Cicero, Clodius en Caesar in zijn verhaal optreden. Al met al krijgen we langs de gekozen invalshoek een aardig beeld van de Romeinse cultuur, zeker omdat de verteller zijn verhaal verlevendigd met talloze anekdotes en uitleg geeft van veel Latijnse termen en Romeinse gebruiken.


De basis van het Romeinse recht werd gelegd tijdens de strijd van de plebejers - Lokin spreekt nadrukkelijk van de plebs - om gelijkberechtiging. Na het ontstaan van de Romeinse republiek, volgens de mythische overlevering in 509 voor Christus met de verjaging van de laatste koning Tarquinius Superbus, hadden de afstammelingen van de familieoudsten,de patriciërs, alle macht gekregen. Twee van hen hadden steeds voor een periode van een jaar samen het hoogste gezag. Dat consulambt - ook al werd het door twee personen uitgeoefend was ondeelbaar. Dat was later ook met het keizerschap het geval. In een lang proces zouden de plebejers hun rechten binnenhalen.


Allereerst kregen ze een eigen functionaris, de volkstribuun,die met een vetorecht beslissingen van de consuls kon tegenhouden. Maar voor het zover was, had de plebs wel in 495 v. Chr. in staking moeten gaan. Ondertussen bleven de plebejers voor het gerecht afhankelijk van de interpretatie van het ongeschreven recht door de uit het patriciaat afkomstige priesters. De volgende eis werd dus een optekening van het recht. Die kwam in 450 v.Chr.; op het Forum kwamen toen de twaalf ivoren tafelen te staan waarin de Romeinse rechtsregels waren gebeiteld. Maar zelfs toen bleef de uitleg nog honderd jaar voorbehouden aan de patriciërs. En plebejers konden ook geen consul worden. Uiteindelijk stemden de patriciërs er mee in dat het hoogste stadsambt voor de plebs open kwam te staan (369 v.Chr.). Maar ze eisten wel een concessie:er moest een nieuwe ambtenaar voor speciale rechtspraak komen.


Zo'n praetor zou altijd een patriciër moeten zijn. Dertig jaar later echter was er al een plebejische praetor. De afronding van de emancipatie van de plebejers kwam met de Lex Hortensia (287 v.Chr.): een wetsvoorstel van een volkstribuun dat, wanneer het eenmaal was goedgekeurd door de volksvergadering, bindend was voor het hele Romeinse volk. Instemming van de patricische Senaat was niet langer relevant. En daarmee kreeg het ambt van volkstribuun steeds meer gewicht, vooral ook omdat hij, anders dan een consul, geen hele ambtelijke carrière had hoeven te maken voordat hij het ambt kon bekleden. Dus is het niet verwonderlijk dat een patriciër als Publius Claudius Pulcher, die een rekening met Cicero te vereffenen had en hem wilde laten verbannen,zich door de volksvergadering graag van patriciër tot plebejer had laten hernoemen.


Toen dat niet lukte moest hij een andere manier vinden om van stand te veranderen. Uiteindelijk slaagde hij in zijn opzet en kon hij volkstribuun worden. Zijn juridische aanval op zijn vijand leidde er toe dat Cicero in ballingschap moest in Griekenland. Met het groter worden van het rijk verloor de volksvergadering van de plebejers haar invloed; de plaats van vertegenwoordiging van het volk werd door het leger ingenomen. Zo stoelde de macht van de keizers - niet erfelijk! - formeel op de instemming van het volk en de senaat (Senatus Populus Que Romanus). In de praktijk riep het leger iemand tot keizer uit en bekrachtigde de Senaat die daad vervolgens. Maar omdat de Senaat alles goedkeurde wat de eerste wilde, bepaalde het leger in feite dus de keizerskeuze. Hans Pols

Bron: Kleio

 

Advocaat Jan de Bie Leuveling Tjeenk luisterde naar Het klassieke Rome, een serie hoorcolleges van Jan Lokin op cd. En zou het liefst zo snel mogelijk naar de eeuwige stad afreizen. “Het goud ligt voor het oprapen ”, zo zei hoogleraar Romeins recht Jan Lokin mij toen ik student-assistent bij hem was van 1990 tot 1992. En dan bedoelde hij niet dat het goud in de advocatuur voor het oprapen ligt, want dat was alleen maar “klatergoud”. Nee, het echte goud ligt voor het oprapen in Rome. Maar dan moet de goudzoeker natuurlijk wel op het juiste spoor worden gezet. Daarvoor is nu een prachtige serie hoorcolleges op cd verkrijgbaar. Een aanbeveling voor in de auto, voor \\\'s avonds thuis, of - voor de multitaskers onder ons - voor tijdens een conference call.


Opgepoetst


Jan Lokin gaat in zijn hoorcolleges over het klassieke Rome met name in op de juridische aspecten van zijn onderwerp. Die juridische aspecten worden zorgvuldig ingebed in de historische context, met steeds een open oog voor de actualiteit van het onderwerp. In de eerste colleges, de eerste cd, behandelt hij in vogelvlucht de geschiedenis van Rome vanaf Romulus en Remus, de stichting van de stad in 753 voor Christus tot in de eerste eeuw voor Christus. Dit doet Lokin uitdrukkelijk aan de hand van de literaire overlevering door Livius. De juridische focus ligt in deze eerste colleges op de staatsrechtelijke ontwikkeling waarin de plebejers in een aantal stappen dezelfde rechten krijgen als de patriciërs.


Gaandeweg wordt de algemene klassieke ontwikkeling van de luisteraar opgepoetst. Zo legt Lokin uit dat de namen van Romeinen altijd waren opgebouwd uit een voornaam, een familienaam en een bijnaam. Die bijnaam was niet zelden een scheldnaam, zoals Naso, de neus, Brutus, de onnozele, of Cicero, de erwt. In de tweede cd gaat hij in op de politieke strijd tussen Marcus Tullius Cicero en Publius Claudius Pulcher (pulcher betekent de schone). De laatste was in het jaar 62 v. Chr. in vrouwenkleren een sacrale bijeenkomst binnengedrongen die alleen door vrouwen mocht worden bijgewoond, met name de Vestaalse maagden en enige vooraanstaande Romeinse dames.


De senaat beval een proces tegen Claudius, waarin Cicero het alibi van Claudius ontkrachtte. Toch werd Claudius vrijgesproken, de schrijvers zeggen omdat de rechters waren omgekocht of bedreigd. Claudius wilde wraak nemen op Cicero en daartoe wetgeving laten aannemen. De snelste manier was om volkstribuun te worden. Dat kon Claudius alleen als hij, van geboorte patriciër, plebejer zou worden. Zo geschiedde, met gebruikmaking van privaatrechtelijke middelen. In dat kader veranderde hij zijn naam in Clodius. Clodius zorgde voor wetgeving die leidde tot de vlucht van Cicero uit Rome. Hij ging in ballingschap naar Griekenland.


Retorica


Op de derde cd gaat het over het optreden van Cicero, de grootste redenaar van zijn tijd, als advocaat van Milo. Milo werd vervolgd vanwege de dood van Clodius als gevolg van een handgemeen waarbij Milo was betrokken. Cicero, inmiddels teruggekeerd in Rome, nam die verdediging op zich. Bij die gelegenheid hield hij een redevoering waarin de grondbeginselen van de klassieke retorica werden toegepast. Cicero begint met placere, het vleien van de rechters, door te zeggen wat een verstandige en moreel hoogstaande personen zij zijn. Daarna zet hij de zaak van zijn cliënt, Milo, uiteen [docere], namelijk dat deze Clodius had gedood uit zelfverdediging. Cicero zet uiteen dat uit het natuurrecht voort vloeit dat onder omstandigheden geweld met geweld mag worden beantwoord.


Hij haalt aan dat in de oudste wetgeving van Rome, de wet van de Twaalf Tafelen, is vastgelegd dat als een dief \\\'snachts wordt betrapt, hij mag worden gedood, mits dat gebeurt als impulsieve daad. Ten slotte komt het movere, het inspelen op de gemoedstoestand van de rechters. Cicero tracht het medelijden van de rechters te wekken door zichzelf te beklagen: in wat voor een ellendige positie is hij wanneer het hem niet lukt om Milo vrij te pleiten. Tegelijkertijd benadrukt hij dat Milo niet wil worden bijgestaan door een jammerende advocaat, daarmee de karaktervastheid van zijn cliënt onderstrepend.


Na deze uiteenzetting over het pleidooi van Cicero voor Milo legt Lokin uit dat de retorica door de Grieken naar Rome is gebracht. De Romeinen stonden in eerste instantie aarzelend tegenover de redekunst. Conservatieve krachten, zoals Cato, vonden het maar niets. Retorica was slechts mooipraterij, die de werkelijke oplossing van de zaak niet naderbij bracht. Maar gaandeweg gingen steeds meer Romeinen, waaronder Cicero, in de leer bij Griekse leermeesters in de retorica. Sommigen kregen de smaak zelfs zo te pakken dat zij propageerden dat het de voorkeur verdiende wanneer een advocaat zo min mogelijk kennis van het recht bezat. Bij het overtuigen van de rechters zou hij slechts worden gehinderd door juridische kennis.


Zevenmijlslaarzen


In de colleges op de vierde cd verhaalt Lokin over Octavianus die als eerste de titel van keizer aanneemt. Daarna gaat hij met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis na de oudheid om het idee van keizerschap in de Europese geschiedenis te beschrijven. Die tocht voert langs Constantinopel (Oost-Romeinse rijk), weer terug naar Rome, waar Karel de Grote op kerstdag 800 door de paus tot keizer wordt gekroond. Na de dood van Karel de Grotegaat de keizerstitel naar de Keizer van het Heilige Roomse Rijk. Dat laatste was noch heilig, noch Rooms, noch een Rijk in de zin van een eenheidsstaat, maar heeft het wel uitgehouden tot 1806. De keizerstitel werd nadien gevoerd door de keizer van Oostenrijk en daaraan kwam pas een eind aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.


Afterparty


In de rijke geschiedenis van het Romeinse recht en zijn \\\'afterparty\\\' ligt het goud voor het oprapen. Jan Lokin raapt dat goud ook daadwerkelijk op. Hij maakt de luisteraar er bewust van dat de wortels van onze rechtscultuur in het klassieke Rome liggen. En passant stipt Lokin aan dat de nodige verhalen uit de Oudheid, zoals bijvoorbeeld de verkrachting van Lucretia, terugkerende thema\\\'s in de beeldende kunst vormen. Lokin is bovendien een begenadigd verteller. Hij weet het klassieke Rome tot leven te brengen voor de luisteraar, die een onstuitbare drang voelt om bij de eerstvolgende mogelijkheid af te reizen naar de eeuwige stad.


Jan de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone
Westbroek te Amsterdam

Bron: Mr magazine voor juristen van 30-09-2012

 


Een bariton als gids door de geschiedenis
Door Joep van Ruiten


Van prof. mr. Jan Lokin wordt beweerd dat hij de mooiste stem van Groningen bezit: een goed onderhouden bariton die door de collegezalen kon zweven en zelfs niet-geïnteresseerde studenten wist te boeien. Zo'n stem is altijd handig, vooral als je gespecialiseerd bent in het Grieks-Romeinse recht. Het geluid van Lokin is nu vastgelegd op vier cd's in een doosje getiteld Het klassieke Rome. Een hoorcollege over de beschavingsgeschiedenis van de Romeinse samenleving. Die titel kan een luisteraar op het verkeerde been zetten; de geschiedenis van de beschaving wordt in dit geval bepaald door de ontwikkeling van het recht. Gelukkig weten we 'sinds de wind van de wolken waait' dat het recht soms ook poëzie kan opleveren.


Hier bepaalt het de route van een leerzame rondgang waarbij de gids zijn gevolg onvermoeibaar op verbluffende details en onverwachte dwarsverbanden wijst. Dat het woord tempel uit de lucht is gegrepen, wat retorica vermag, dat al het overtuigende uit drieën bestaat, waarom een keizersnede dubbelop is, wat er Rooms is aan katholieken et cetera. Op heldere wijze ontsluit Lokin een geschiedenis die doorgaans voor niet-gymnasiasten verborgen wordt gehouden. Ten onrechte, vooral omdat onze maatschappij is gebouwd op de resten van het ooit zo machtigt Romeinse rijk en die resten nog alom aanwezig zijn: in literatuur en beeldende kunst, van symbolen op putdeksels tot en met het fundament van Istanbul.

Bron: Dagblad van het Noordened. Groningen Noord van 10-12-2011