Klinkende geschiedenis

Een hoorcollege over de westerse muziekgeschiedenis

Door: Samama, Leo
Luisterduur: 8 uur en 35 minuten
Levertijd: Direct te downloaden of onbeperkt streamen via de Home Academy Club
Datum uitgave: 2008
ISBN: 9789085309543


Samenvatting

In dit acht uur durende hoorcollege neemt Leo Samama de luisteraar mee door de geschiedenis van de westerse klassieke muziek. Beginnend bij de kunstuitingen van de troubadours in Frankrijk tot de moderne composities van de 20e eeuwse componisten. Daarnaast komen de belangrijkste periodes aan bod waaronder de barok, de Weense Klassieken, de romantiek en de 20e eeuw. Een cultuurhistorische kijk op ons muzikale verleden. Samama illustreert zijn college met muziekfragmenten van CD en piano.

Deze uitgave is tot stand gekomen i.s.m. Studium Generale TU Delft.

Download de synopsis van het hoorcollege Klinkende geschiedenis.

 

 



Inhoudsopgave


College 1
H1. Wat is klassieke muziek?
H2. Muziekgeschiedenis en muziekwetenschap
H3. Veranderende en uiteenlopende visies op muziek en muziekgeschiedenis

College 2
H4. De Bron. enkele filosofische basisgedachten
H5. Van eenstemmig naar meerstemmig
H6. Van ars antiqua naar ars nova

College 3
H7. De renaissance en de nieuwe mens
H8. De ‘Nederlandse’ scholen
H9. De zestiende eeuw

College 4
H10. Barok. natuurlijk of gekunsteld?
H11. Affectenleer, retorica en natuurlijkheid
H12. De bloei van de instrumentale muziek

College 5
H13. Omwentelingen in de maatschappij
H14. Weense klassieken
H15. Verheven muziek of plezante tijdpassering

College 6
H16. De opbouw van een nieuw Europa
H17. Een nieuw publiek
H18. Nationale scholen

College 7
H19. Rond 1900 – fin de siècle
H20. Het Interbellum
H21. De avantgarde en andere nieuwe uitingen

College 8
H22. Nog eenmaal alles bij elkaar
H23. De Nederlandse muziek?
H24. Muziek in een moderne wereld


Over de spreker: Samama, Leo

Leo Samama is componist, schrijver en docent. Hij was jarenlang directeur van het Nederlands Kamerkoor. Na zijn studie muziekwetenschappen doceerde hij o.a. aan de Universiteit Utrecht en de Conservatoria van Utrecht en Den Haag. Hij heeft meerdere composities op zijn naam staan. Eerder verschenen van hem de hoorcolleges: Klinkende geschiedenis, Mozart, Beethoven, Debussy, Mahler, Schubert, Stravinsky, De taal  van muziek en Monteverdi. Zijn meest recente publicatie is De zin van muziek.


Recensies

Muziek mag geen versiering van het bestaan worden
Uit NRC Handelsblad, 31-10-2008

Wie naar de oude muziek van Ockeghem, Lassus of Josquin Desprez luistert, houdt daar een onbestemd gevoel aan over. Er zit een zekere gelijkvormigheid in de muziek van deze 15de- en 16de-eeuwse componisten. Of nu Gods lof gezongen wordt of een dode beweend, ja zelfs een liefde bezongen, de emotionaliteit van de melodieen lijkt dat niet te deren. De muziek klinkt even hemels als onaangedaan. Ongemerkt voelen we ons in deze tonen nogal verloren. Hoe vervoerend ook, het is niet helemaal onze wereld die erin tot klinken komt.


In de loop van de cd-collegereeks Klinkende geschiedenis van Leo Samama wordt gaandeweg duidelijk wat die bevreemding veroorzaakt. Terwijl muziek van oudsher beschouwd werd als een taal waarin vaste, conventionele regels klank samenbonden met betekenis, veranderde ze vanaf het einde van de 18de eeuw in een medium dat het gemoed direct diende aan te spreken. De luisteraar hoefde geen regels meer te kennen,maar slechts zijn hart open te zetten om zich door de muziek te laten emotioneren.


Die 'esthetische' manier van luisteren is nog altijd de onze, zo legt Samama uit. Kennis komt aan onze emotionele muziekbeleving nauwelijks meer te pas. En daarom weten we niet meer de codes te ontcijferen waarmee de vroege componisten in hun muziek een bepaalde betekenis aanduidden - zo' n melodielijn betekent droefheid, deze samenklank is 'heilig' - en klinkt alles voor ons zo vreemd eenvormig.


Die laatste conclusie laat Samama over aan de toehoorder van deze fascinerende collegereeks, maar ze is duidelijk genoeg. Stap voor stap voert Samama hem door duizend jaar muziekgeschiedenis, aan de hand van ruim vijftig muziekfragmenten en soms wat voorbeelden op de piano, die weer andere muzikale geheimen onthullen. Want ook de etherische vreemdheid van de middeleeuwse en renaissancemuziek wordt inzichtelijk, wanneer Samama uitlegt hoe het toonsysteem kort voor deze 'romantische' omslag een verandering onderging. De wijze waarop sinds de tijd van Bach het klavier gestemd werd legde over de bonte rijkdom van toonladders een eenvormige deken waarin alleen het verschil tussen majeur en mineur nog doorslaggevend was. Verdwenen waren de modaliteiten waarin tot dan toe was gecomponeerd en die in het oor van de muziekliefhebber daarom steeds vreemder begonnen te klinken.


Die liefhebber heeft in deze collegereeks een onschatbare gids waarin muziekgeschiedenis veel meer is dan alleen componistengeschiedenis - ook al komen de belangrijkste namen uiteraard ter sprake. Zoals Samama ook al in zijn eerder bij Home Academy verschenen hoorcolleges over Mozart en Beethoven deed,
benadrukt hij steeds dat de muziek ligt ingebed in een sociale en vooral filosofische ontwikkeling. Niet alleen Pero-tinus, Bach, Haydn, Schubert en Wagner komen aan bod, maar ook Pythagoras (die de muziek voor het eerst op objectieve regels grondvestte) en Kant en Schopenhauer, die haar weer uit die regels losmaakten en bonden aan het gemoed.


Dat laatste lijkt Samama nogal te betreuren. Aan het slot van zijn collegereeks pleit hij ervoor muziek niet langer uitsluitend als een esthetisch verschijnsel te benaderen. Te gemakkelijk wordt ze dan een soort versiering van het alledaagse bestaan. Muziek is een ethische noodzaak die verder reikt dan schoonheid alleen. Wie haar daartoe reduceert, geeft haar prijs aan de 'ethische ontworteling' die aan het einde van de 18de eeuw begonnen is en die tenslotte eindigt in wezenloze commercialisering, zo stelt Samama met een beroep op de filosoof Adorno grimmig vast.

Ook voor Samama blijkt de geschiedenis van de muziek dus geen neutraal overzicht. Historie is nooit vanzelfsprekend, legt hij direct aan het begin al uit.


Wie vraagt naar het verleden, doet dat altijd vanuit een bepaalde noodzaak of behoefte. 'Muziekgeschiedenis' ontstond in een tijd waarin de burgerij voor zichzelf een eigen afkomst voor zichzelf een eigen afkomst moest scheppen, want, anders dan voor adel of kerk, bezat zij niet een vanzelfsprekend \'verleden\'. Historie is altijd iets dat voor het heden betekenis heeft. En zo eindigt ook Samama's muziekhistorie met de vraag naar het heden en vooral de toekomst. Want wat wij veelzeggend 'klassieke muziek' noemen, lijkt in haar eigen verleden te zijn vastgelopen. Wat in de concertzaal klinkt is minstens honderd jaar oud. De muziekpraktijk is de voeling met het heden in de loop van de 20ste eeuw grotendeels kwijtgeraakt. Toch is er volgens Samama reden tot hoop. Juist de steeds grotere kennis van het verre muzikale verleden heeft perioden ontsloten waarin er andere muziek gemaakt werd dan die waaraan onze klassieke oren gewend zijn. En parallel daaraan is de wederzijdse aversie tussen kunst- en vermaaksmuziek, inclusief volksmuziek en pop, steeds meer weggesleten. 'De toekomst', zo eindigt Samama bijna euforisch, 'ligt weer open; de mogelijkheden zijn schier oneindig'

Bron: NRC

 

De Groene Amsterdammer, 30.01.09


Dichter bij God
Door Theo van den Boogaard


Het is gebruikelijk om muziekgeschiedenis te reduceren tot een componistengeschiedenis. Zoals Grout en Palisca het doen in hun standaardwerk A History of Western Music: een chronologische opsomming van grote componisten, hun leven, hun werk. In zijn Klinkende Geschiedenis zet Leo Samama de westerse muziek juist in een maatschappelijk kader. En dat is fris en vernieuwend. Hij vertelt bijvoorbeeld hoe vijfhonderd jaar geleden in opdracht van Italiaanse vorsten kinderstemmetjes werden gekaapt uit Vlaanderen en overgebracht naar de Sixtijnse kapel. Voor grote transferbedragen, zoals tegenwoordig gebruikelijk is in de voetbalwereld, waar kindertjes uit Zuid-Amerika worden gerekruteerd en geplaatst bij Europese clubs.

Samama weigert een componist te zien als een individu dat geïsoleerd in een achterkamertje mooie dingen maakt. Hij ziet scheppende kunstenaars als kinderen van hun tijd. Door zich voortdurend af te vragen voor wie een componist nou eigenlijk componeerde en wat de wisselwerking met Grote Denkers was, wordt het grote verhaal van de westerse muziek veel interessanter. Samama vertelt hoe uitgerekend Pythagoras Pierre Boulez inspireerde, de hogepriester van de hedendaagse klassieke muziek. De dirigent/componist zocht na de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog naar een nieuwe muziektaal. Die moest de mens centraal stellen, en de mens onderscheidt zich van het dier door zijn intellect, dat kan rekenen en reeksen maken. Aan de hand van matrixen met getallen waarin het toeval werd buitengesloten, componeerde Boulez vervolgens zijn muziek – en volgde zo precies de theorie van de harmonie der sferen van Pythagoras. Die had 2500 jaar eerder al geformuleerd dat afstanden tussen de planeten in ons sterrenstelsel zich weerspiegelden in afstanden en verhoudingen van tonen, en dat muziek dus een mathematische, toeval uitsluitende grondslag heeft.

Tot ver in de achttiende eeuw werkte een componist in opdracht van kerk of adel. Bach moest voor elke dienst op zondag een cantate of een passie afleveren. Haydn was een leven lang braaf in dienst aan het hof van de Esterhazy’s en leverde op bestelling meer dan honderd symfonieën af. Het doel was altijd precies omschreven: een huwelijk, een naamdag, een herdenking. Na de uitvoering was de gebruikswaarde van de muziek verlopen. Het bestaansrecht van componisten was dus het maken van muziek voor een specifiek doel.

In de loop van de achttiende eeuw ontwikkelde de bourgeoisie zich. ‘Vrije tijd’ kwam binnen bereik van grote groepen burgers, en was niet langer voorbehouden aan de getalsmatig kleine adel. Zo ontstond, aldus Samama, de anonieme concertbezoeker in de stadsgehoorzaal. Dat nieuwe publiek was minder onderlegd, dus moest er meer op effect worden gewerkt: melodieën moesten lekker in het gehoor liggen en werden daarom dikwijls ontleend aan volksmuziek. Mozart probeerde zijn muziek mooi te maken, ontroerend, emotioneel, allemaal dingen waar Bach nooit bij had stilgestaan. Het lukte Mozart buitengewoon goed om emoties over te dragen. Hij wierp zich pardoes op de luisteraar en veranderde makkelijk van stemming en kleur. En ook al maakte hij ook werk in opdracht van adel en vorst, toch werd hij zich bewust van zijn individuele stem.

Beethoven maakte zichzelf nog vrijer, bijna als een ondernemer in klassieke muziek. Hij regisseerde de verkoop van opusnummers, speelde uitgevers tegen elkaar uit en was zo zakelijk dat hij verdiende aan auteursrechten, iets wat Mozart niet gelukt was. In die vrijheid vond Beethoven nog meer dan Mozart een individuele stem. Zo ontstonden noties als ‘verhevenheid’ en ‘genialiteit’.

De ontwikkeling vond een hoogtepunt bij Schubert. Die kwam uit het volk en woonde ertussen, in Wenen. Hij voerde zijn eigen liederen uit bij vrienden in de buurt. Hij componeerd

Bron: Groene Amsterdammer

 

Ben je geen studiebol of heb je slechte herinneringen aan de geschiedenisles, dan kun je dit luisterboek waarschijnlijk beter overslaan. Maar voor wie voor zijn lol grasduint op Wikepedia of de televisieserie van Geert Maks In Europa heeft gevolgd, zijn de hoorcolleges van Home Academy erg leuk. Dit zijn niet zomaar wat luchtige verhandelingen over de geschiedenis, het zijn complete collegereeksen waarin wat diepgang niet wordt geschuwd. De vier cd's van Maarten van Rossem over de Eerste Wereldoorlog laten we maar even zitten; dat valt ons wat zwaar op maandagochtend in de file. We kiezen voor Klinkende Geschiedenis,een acht uur durend hoorcollege over westerse muziek door de eeuwen heen, gegeven door Leo Samama, componist en directeur van het Nederlands Kamerkoor. Na een tijdje luisteren voelen we ons alsof we weer in de collegebanken zitten. Het is goed opletten geblazen, het tempo ligt hoog en we moeten serieus de neiging onderdrukken niet aantekeningen te gaan maken. Het leuke van dit college is dat Leo Samama ter illustratie ook stukjes voorzingt of iets op de piano laat horen. Dan snap je ineens precies wat hij bedoelt en blijft de theorie beter hangen. Kijk, dat kenmerkt een echte leraar.

Bron: Savvy Magazine, nummer 2, 2009